Haven Rotterdam zet in op energietransitie

Energietransitie. Dit woord viel een aantal keren tijdens de eindejaarsbijeenkomst van de Havenvereniging Rotterdam in het Nieuwe Luxor. Eerst in de toespraak van havenwethouder Adriaan Visser en vervolgens tijdens de presentatie van Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam. Duurzaamheid en circulaire economie als speerpunten van beleid. De grootste haven van Europa zet in op de overgang van traditionele brandstoffen naar schone duurzame energie. Op de uitfasering van fossiele brandstoffen. “We zijn bijvoorbeeld al bezig om te profiteren van al die gratis wind op zee en in onze havenregio. In onze Rotterdamse haven genereren windturbines nu 150 megawatt aan elektriciteit. In 2025 willen we de 350 megawatt bereiken. Dat is genoeg voor zo’n 200.000 huishoudens, oftewel ruim 60 procent van onze huidige bevolking van 635.000 inwoners. Toch gaat dit niet zonder slag of stoot.

Locaties voor windmolens leiden regelmatig tot discussie met bewoners. Hoe weeg je dan de verschillende belangen? En als je streeft naar ‘resilience’– toekomstbestendigheid – dan wil je niet afhankelijk zijn van maar één soort groene energie. Dus investeren we ook flink in zonne-energie”, aldus de havenwethouder, die tevens financiën, organisatie, sport en binnenstad in zijn portefeuille heeft. Hij werd op deze 71e Dag van de Haven aangekondigd door Kees Jan Rietveld, de opvolger van Jan Bert Schutrops als voorzitter van de Havenvereniging Rotterdam. Die 1900 leden telt, waarvan 525 jong professionals. “We moeten vaart maken met de energietransitie. Die moeten we omarmen als kans in plaats van als bedreiging zien. De offshore was jarenlang de pracht en praal in de haven van Rotterdam, wereldwijd goed bekend. Overal zijn er echter reorganisaties en ontslagen in de offshore. Prachtige schepen blijven helaas te lang in de haven liggen. De crisis in de offshore kost Nederland zeker 1.000 arbeidsplaatsen. Hoe kunnen we deze robuuste industrie, die ons zoveel gebracht heeft, helpen. Ik heb ook niet meteen de oplossing voor handen”, verklaarde haventopman Castelein. Hij sprak zijn voldoening uit voor het feit dat, ondanks de crisis in de raffinagesector, Exxon Mobil en Shell miljarden investeren in verduurzaming en modernisering van hun raffinaderijen en tankterminals. Het belang van de productie en logistiek van offshore windenergie in de Haven van Rotterdam werd door beide gastsprekers onderstreept. Het beursgenoteerde staalconstructiebedrijf Sif bouwt sinds de zomer van 2015 de vestigingsplaats van zijn monopiles-afdeling op een 42 hectare groot terrein van Maasvlakte 2. Ondertussen is de enorme assemblage- en coatinghal in gebruik genomen. Halverwege dit jaar moet het bedrijfsterrein volledig gereed zijn. Op 2 januari heeft Sif de eerste monopile geladen op een zeeschip. Dat gebeurde op het jack-up hefvaartuig Innovation van Geosea, onderdeel van de Belgische DEME Groep. Daarmee werd het eerste gedeelte van de nieuwe diepzeekade op Maasvlakte 2 in gebruik genomen. Door het combineren van zowel productie als services voor op- en overslag van zware lading krijgt Rotterdam een stevige positie in de offshore windenergie. De vestiging van Sif levert 200 nieuwe arbeidsplaatsen op.

Goede uitgangspositie
Allard Castelein sprak over een goede uitgangspositie voor de containersector. De terminals op Maasvlakte 2 gaan steeds beter presteren en Rotterdam probeert lading van andere havens aan zich te binden. Wat de herschikking van de grote containerrederijen voor de haven van Rotterdam gaat betekenen ‘zal nog uit moeten kristalliseren’. De droge bulksector heeft het zwaar door dumping van Chinees staal en sluiting van Duitse en Nederlandse kolencentrales. De ontwikkeling van biobased economy en waste to energy is nog ongewis. In de aanloop naar de presentatie van de definitieve jaarcijfers op 9 februari werden de prognoses van de verschillende sectoren gegeven. De prognose van nat massagoed is nul, wat gezien de lage olieprijs en de crisis in de offshore een goed teken is. Droge bulk zit in zwaar weer en de toekomst van biomassa is nog onzeker; de krimp bij droog massagoed zal niet snel verbeteren. Wat de containers betreft is Rotterdam voor 49 procent de first en last port of call in Europa. De breakbulk geeft een positief beeld te zien. Rotterdam wil de beste breakbulk haven van Europa worden.

Human capital
Naast de energietransitie staat de haven nog voor een andere uitdaging. Van 1962 tot 2004 was de Rotterdamse haven de grootste van de wereld. Tot het Verre Oosten die positie overnam. Op de wereldranglijst staat Rotterdam nog altijd in de top 10, samen met de Chinese havens en Singapore. Als grootste haven van Europa is Rotterdam goed voor 23,5 procent van al de verscheepte tonnen. Wethouder Visser: “De uitdaging is om de komende decennia aan de top te blijven. Daarom moeten we ons opnieuw uitvinden. Hoe gaat de werkgelegenheid zich bijvoorbeeld ontwikkelen? De banen van nu zijn zeker niet allemaal de banen van straks. Waar leiden we onze jeugd voor op? De activiteiten worden hoogwaardiger en gespecialiseerder. Investeren in human capital dus.”
Allard Castelein: “Als de conversie van energie betekent dat er kleinere volumes worden overgeslagen, dan is dat maar zo. Zeker als het economisch en maatschappelijk beter gaat. De haven is meer dan tonnen overslag. Rotterdam loopt op het gebied van duurzaamheid voorop en ontplooit goede economische activiteiten. Met klantgerichtheid en goede kwaliteit, komt het wel goed met deze haven van wereldklasse. Rotterdam is in staat om uitdagingen aan te gaan.”

Werkbezoek
Wethouder Visser heeft in september 2015 kunst & cultuur verruild voor de haven. “In het afgelopen jaar heb ik de haven nog beter leren kennen. Ik ben bij een groot aantal bedrijven en organisaties in de haven op werkbezoek geweest. Bij multinationals, maar ook bij de talloze kleinere bedrijven van soms twintig man groot. Want van de ondernemers zélf wil ik horen wat er speelt en dat lukt niet als je op het stadhuis blijft zitten. Elke keer als ik op werkbezoek in de haven kom, zie ik hoe gevarieerd en breed onze haven is. Van petrochemie tot slepers, van bevoorraders tot containerhandlers, van ankermakers tot tankvaarders. En steeds als ik met onze havenmensen praat, besef ik: wat een vakmanschap. Wat een kennis. Rotterdam mag trots zijn op deze mensen.”

Loodsen
De wethouder is ook meegevaren met de loodsen. In de Maasmond opgestapt op een groot containerschip. “En ik heb met de roeiers een aantal schepen mogen aanmeren samen met de nieuwe havenman van het jaar Erik de Neef. Ik heb met eigen ogen gezien dat onze haven het waar maakt. We zijn nu nog koploper en scoren top bij het World Economic Forum met onze infrastructuur. Tegelijkertijd moeten we ons ook afvragen hoe we onze positie behouden en uitbreiden. En hoe we in beweging blijven, bijvoorbeeld waar het gaat om innovatie en duurzaamheid. Hoe we in een steeds complexere wereld concurrentiekracht behouden en duurzaam kunnen groeien. Waar we geconfronteerd worden met mogelijke bedreigingen, bijvoorbeeld als gevolg van geopolitieke dynamiek. Oftewel: wat kunnen we verwachten van politieke ontwikkelingen in Rusland of Amerika of een ontwikkeling als de Brexit? Leiden die tot meer protectionisme? En wat zijn daarvan de consequenties voor de vrije wereldhandel? Maar ook: wat zijn de consequenties van de ontwikkelingen in de containermarkt? De olieprijs? En de prijs van CO2? Want ook het klimaatakkoord van Parijs heeft gevolgen voor de Haven. Biedt nieuwe energie op korte termijn voldoende soelaas of blijven we nog een poos aangewezen op fossiele bronnen en hoe kunnen we daar dan zo efficiënt en schoon mogelijk mee omgaan.”

Economische waarde
CEO Castelein en wethouder Visser refereerden aan de onschatbare economisch maatschappelijke waarde van de haven. Deze is niet los te denken van de stad Rotterdam. “De haven is dichterbij dan we denken. Elke baan in de haven levert vijf banen elders op. De derde Maasvlakte ligt in feite centraal in Rotterdam aan het Weena. Met een haven die een asset is voor de stad en vice versa, is het van belang dat ondernemers in de haven zich verbonden voelen met de stad. Dat bedrijven én bewoners zich inzetten als ambassadeurs van Rotterdam, om ondersteunende banen en daarmee kantoren naar de stad te halen. Denk bijvoorbeeld aan juridische functies of maritieme dienstverlening. De haven zit diep in de stad. In de geschiedenis van de stad, in onze cultuur, het DNA van Rotterdam. Die opgestroopte mouwen waar we zo trots op zijn? Die hebben hun oorsprong in onze haven. Alles draait daarbij om Kwaliteit. Die bereik je door lef te tonen en de krachten te bundelen: Het Havenbedrijf, de enorm brede maritieme sector, het onderwijs, de gemeente, de provincie, het Rijk en belangenorganisaties – met z’n allen nadenken hoe je de vragen van de toekomst slim beantwoordt. Aan de top komen was voor Rotterdam een lange weg en die positie is mooi. Maar de komende decennia aan de top blijven is een nog grotere uitdaging. Groei is niet meer vanzelfsprekend.”

Auteur: Henk van de Voorde

Deel dit bericht op